Zó kom je uit je gedachten


Categorie Mindfulness

Word je soms gek van je eigen gedachten? Blijf je in cirkels denken of lig je soms wakker van het piekeren? Deze blog is een vervolg op mijn vorige blog, waar ik in ga op de reden waarom we niet kunnen stoppen met denken. Deze blog geeft allereerst antwoord op de vraag die ik daarna ontving: “Hoe kan ik stoppen met denken”?

Het antwoord is kort: niet.

Sterker nog: waarom zou je dat willen? Onze brein heeft er duizenden jaren over gedaan om te evolueren tot wat het nu is. Een prachtig en rete-complex instrument dat we elke dag nodig hebben en gebruiken!

Nee, ik geloof niet dat je dat oprecht wilt stoppen met denken. Wat ik me wel kan voorstellen is dat het af en toe wel een beetje minder mag… In deze blog ga ik in op hoe je uit je de continue stroom van gedachten kunt komen en hoe je ervoor kunt zorgen dat je denken weer een instrument wordt dat je kunt gebruiken. Een instrument dat voor jóu werkt, in plaats van andersom.

De rolverdeling

In mijn vorige blog schetste ik hoe we onszelf hebben geïdentificeerd met ons denken. Waarom we denken dat we ons denken ‘zijn’. Hierdoor zijn we de marionettenpop van onze geest geworden. We hebben onbewust een reagerende rol op ons denken aangenomen. Dit reageren doen we over het algemeen op twee manieren:
1. We geloven de gedachte: waardoor we gedrag vertonen (zichtbaar en niet zichtbaar) dat een reactie is op wat we denken. “Yes sir”! Of we reageren met… juist ja – meer gedachten.
2. We haten de gedachte. We vechten tegen onze geest met…je raad het al, meer gedachten. Je kent de gedachten die daarbij opkomen wel: “Stop met denken – Nee, niet aan denken, denk aan iets anders”. Etc.

Van reageren naar delegeren in 4 stappen

In plaats van een proactieve rol, hebben wij onszelf dus een reactieve rol aangemeten ten opzichte van ons ‘denken’. Op die manier houden we de continue stroom van gedachten in stand. In principe kun je stellen dat we daardoor de controle uit handen hebben gegeven. De conclusie die je hoogstwaarschijnlijk nu ook zelf hebt getrokken om de vicieuze cirkel te onderbreken is: ik moet mijn rol ten opzichte van mijn denken veranderen.

In de volgende vier stappen leer je hoe je (weer) de proactieve leider kunt worden van je geest en je kunt gaan delegeren in plaats van reageren.

1. Leer je geest kennen

We willen ons denken dus gebruiken als instrument. Dit doe je door in eerste instantie je geest te leren kennen. Je kunt je denken trainen door vrienden te maken. Dus niet als slaaf te reageren op, of te vechten tegen je gedachten, maar door elkaar op gemeenschappelijke grond te ontmoeten. Vraag jezelf af waar het denkende deel van je geest van houdt: het houdt ervan om problemen te creëren, je geest is erg actief. De taak van de geest is dingen bedenken. Dat is zijn werk. Op het moment dat de geest niets doet, doet het zijn werk niet. Dus: de geest bedenkt dingen om niet ‘werkeloos’ te raken. Constant verzint je geest dingen. Het is continue actief.

2. Geef je geest een baan

Hoe word je weer de baas over je gedachten? Het is eigenlijk eenvoudig: geef je geest een baan! Geef het werk. Zo creëer je een win-win situatie. Je geest is blij, het heeft een baan. En jij bent blij want je hebt een werknemer. Je geest gaat vóór je werken. Zo ben jij de werkgever geworden van je geest en bepaal jij de strategie. YEAH!

3. Bepaal de taak

Nu je vrij bent van je geest doordat je afstand hebt gecreëerd, kun je bepalen welke ‘taken’ je je geest geeft. Dat jij de taken uitdeelt is belangrijk! Jij bepaalt want jij ben de baas.

Oké… Maar welke taak geeft ik mijn geest? Het antwoord is welke je maar wilt! Ken je het soort momenten dat je zo gefocust aan het werk bent, je ‘de wereld om je heen’ vergeet? Je heb geen aandacht voor iets anders dan datgene waar je mee bezig bent. Dus ook niet voor gedachten aan iets anders… Op zulke momenten heb jij je geest een taak gegeven.
Ik hoor je denken: moet ik altijd zo gefocust werken? Nee. Ook op momenten dat je eenvoudigweg nadenkt over hoe je van A naar B komt heb je je geest een taak gegeven. Maar wel een nuttige taak die je van dienst is.

4. Wees geduldig

Op de momenten dat je geest geen specifieke taak heeft, en je merkt dat deze gaat ‘dwalen’, kun je je geest een eenvoudige taak geven. Bijvoorbeeld de taak om de adem te volgen. “Oké” zegt je reagerende geest: en gaat de adem volgen. Adem in – adem uit – adem in – adem uit – adem in… “ohh honger, wat zal ik vanavond eten, broccoli of bloemkool…”?

Zoals je ziet is je geest snel afgeleid. Een gewoonte die het zich jarenlang heeft eigen gemaakt en nu opeens moet veranderen. En verandering betekent weerstand. Dus: geef je geest in het begin geen full-time baan, maar begin met een part-time functie. Je moet je geest namelijk trainen. En leren vergt oefening en oefening kost tijd en toewijding. Je bent immers ook niet in 1 week fit voor het lopen van een marathon. Daarbij kun je je geest niet ontslaan en een vacature plaatsen voor een nieuwe, want je kunt niet zonder geest. Train je geest dus met geduld en heb begrip voor je leerproces. Word niet boos, of gefrustreerd maar herinner je geest aan de taak die je het had gegeven. Elke keer opnieuw.


Door: Dominique van Wingerden - maart 2016